Vrijstellingen voor de Code 95 richtlijn

Sinds de invoering van de richtlijnen voor code 95 zijn er verschillende wijzigingen geweest. Vrijstellingen zijn gekomen en gegaan en chauffeurs die eerst vrijgesteld waren van nascholing, moeten nu alsnog getraind worden. Daarom een update van de vrijstellingen die nog wel gelden, maar ook de belangrijkste vervallen vrijstellingen.

Vervallen vrijstellingen:
geboren voor 1955
Chauffeurs die zijn geboren voor 1 juli 1955 konden tot februari 2015 Code 95 laten bijschrijven op hun rijbewijs om te voldoen aan de richtlijn. Inmiddels is deze vrijstelling vervallen en moet iedere chauffeur die nog geen Code 95 bijgeschreven heeft op het rijbewijs deze op reguliere wijze verkrijgen, tenzij hij of zij onder een andere vrijstelling valt.Minder dan 12 uur per week
Er bestond, bij de invoering van de nieuwe regels, een uitzondering voor bestuurders die minder dan 12 uur per week reden als hard criterium. Deze uitzondering is geheel vervallen. Alle chauffeurs, ongeacht het aantal uren die zij maken per week, moeten voldoen aan de richtlijn, tenzij zij onder een andere uitzondering vallen. Als vervanging van deze vrijstelling is opgenomen dat chauffeurs die een voertuig besturen om materiaal op de plaats van bestemming te brengen uitgezonderd zijn van code 95. De wetgever gebruikt de ‘12 uur per week norm’ om te beoordelen of het rijden niet de voornaamste activiteit is. Om dit tijdens controles aan te kunnen tonen moet het bedrijf en de chauffeur een registratie bij houden van de rijtijden. De essentie van de regel is geworden dat vervoer niet de hoofdactiviteit van de medewerker mag zijn. Of sprake is van vervoer van materiaal of uitrusting t.b.v. de uitvoering van werkzaamheden zal de ILT tijdens wegcontroles van geval tot geval beoordelen.
Geldende vrijstellingen:

– Bestuurders van voertuigen met een toegelaten maximumsnelheid van ten hoogste 45 km per uur.

– Bestuurders van voertuigen die in gebruik bij of onder controle zijn van de strijdkrachten, de burgerbescherming, de brandweer en diensten verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en voertuigen die worden gebruikt bij noodtoestanden of worden ingezet voor reddingsoperaties.

– Bestuurders van voertuigen die op de weg worden getest in verband met technische verbeteringen, reparatie of onderhoud, en nieuwe of omgebouwde voertuigen die nog niet in het verkeer zijn gebracht.
– Hierbij moet worden gedacht aan de bestuurder die een voertuig bestuurt in de omgeving van een verkooppunt, garagebedrijf of de vaste standplaats van het voertuig, voor het uitvoeren en controleren van reparaties aan of voor demonstreren van dat voertuig. Bij een controle mogen geen andere personen of materialen aanwezig zijn dan noodzakelijk voor de demonstratie of reparatie.

– Voertuigen die worden gebruikt tijdens autorijlessen met het oog op het behalen van een rijbewijs of van de richtlijn vakbekwaamheid Code 95. Het gaat bij deze vrijstelling over de leerling die het voertuig bestuurt, onder toezicht van een bevoegd toezichthouder / instructeur.

– Bestuurders van voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel vervoer van personen of goederen voor privédoeleinden. – n.b. De richtlijn geldt voor beroepschauffeurs, niet voor particulieren of vrijwilligers. Voor deze laatste groep volstaat het rijbewijs van de betreffende categorie voertuig.

– Voertuigen die materialen of gereedschappen vervoeren die de bestuurder voor zijn werk nodig heeft, mits het rijden met het voertuig niet de voornaamste activiteit van de bestuurder is. Let wel, een chauffeur die slechts de materialen transporteert maar deze zelf niet gebruikt, is dus niet vrijgesteld.

Deze uitzondering geldt ook voor bestuurders van tenminste 21 jaar die binnen een straal van 50 km van de standplaats van het voertuig voertuigen besturen die:

  1. worden gebruikt voor het vervoer van producten van landbouwbedrijven van de teeltplaats naar de veiling;
  2. worden gebruikt voor het ophalen van melk op boerderijen en het terugbrengen van melkbussen of zuivelproducten voor de veevoeding naar de boerderijen;
  3. in de kleinhandel worden gebezigd voor het ambulant uitoefenen van die kleinhandel;
  4. worden gebruikt als rijdende bibliotheek, rijdend bureau, rijdende instructieruimte, rijdende kantine, rijdende medische dienst, rijdende spaarbank, rijdende tandverzorgingsdienst of rijdende tentoonstellingsruimte;
  5. worden gebruikt voor het vervoer van circus- of kermismateriaal.

Voorts is deze uitzondering van toepassing op bestuurders die voertuigen besturen:

  1. die door landbouw-, tuinbouw, bosbouw, of visserijbedrijven t.b.v. goederenvervoer worden gebruikt voor ritten binnen een straal van 50 km. van de gebruikelijke standplaats van het voertuig, met inbegrip van het grondgebied van gemeenten waarvan de kern binnen deze straal is gelegen;
  2. voor het vervoer van levende dieren van de boerderijen naar de plaatselijke markten en omgekeerd, of van de markten naar de plaatselijke slachthuizen;
  3. voor gebruik als winkel op plaatselijke markten, voor de verkoop aan huis, voor ambulante werkzaamheden van banken, wisselkantoren of spaarbanken, voor de eredienst, voor het uitlenen van boeken, beeld- of geluiddragers, voor culturele manifestaties of voor tentoonstellingen en speciaal voor dergelijk gebruik uitgerust.

U kunt alle regels en vrijstellingen terug vinden op de site van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) door hier te klikken