SWOV-directeur: verkeersveiligheid heeft nieuwe impuls nodig

Het blijft slecht gesteld met de verkeersveiligheid, blijkt uit de meest recente cijfers van SWOV, het instituut voor wetenschappelijk onderzoek naar verkeersveiligheid. Het baart directeur Peter van der Knaap veel zorgen, temeer omdat hij al jaren roept om verbetering. Hij pleit voor een nieuwe impuls. Deel twee van een serie terug- en vooruitblikken.

Het aantal ernstig gewonden in het verkeer was in 2016 het hoogst in 25 jaar. En het aantal doden is weer gestegen. Het zijn de cijfers van de Monitor Verkeersveiligheid 2017. ‘Ik vind het heel erg slecht nieuws’, zegt Peter van der Knaap bezorgd. ‘Los van het menselijk leed, kost het de samenleving ook nog eens 14 miljard aan maatschappelijke kosten.’

Cijfers over 2017
Cijfers over 2017 zijn nog niet bekend. De gegevens komen van verschillende bronnen, legt Van der Knaap uit – en het kost tijd om alles bij elkaar te brengen en te verifiëren. Maar, zegt hij: verwacht niet dat de cijfers beter worden. ‘De bevolking groeit, mensen leggen steeds meer kilometers af, de economie trekt aan én het gebruik van de mobiele telefoon onderweg stijgt.’ Nee, benadrukt hij: wil er iets veranderen, dan is echt een ‘nieuwe impuls’ nodig.

Daarover straks meer. Eerst drie ontwikkelingen waar Van der Knaap wel blij mee is. Zo investeert de politie weer in verkeershandhaving. Hij wijst op de extra trajectcontroles op twintig N-wegen. En hij wijst op het feit dat werk gemaakt van het progressieve boetestelsel: wie vaker over de schreef gaat, kan hogere sancties verwachten.’

Hoop uit regeerakkoord
Hij put ook hoop uit het regeerakkoord. Daaruit blijkt volgens hem dat het nieuwe kabinet verkeersveiligheid als nationale prioriteit ziet – en het dus eens is met het verkeersveiligheidsmanifest dat 32 partijen opstelden. ‘Dat is erg goed nieuws!’ Verkeersveiligheid was de afgelopen jaren geen nationale prioriteit, ziet Van der Knaap.

Terwijl het dat daarvoor wel heel lang was. Immers: lang gold Nederland als hét voorbeeld op dit terrein. Maar de aandacht verslapte. Tot nu dus. ‘In een tv-programma kreeg Minister Cora van Nieuwenhuizen de vraag: “Melanie Schultz van Haegen werd herinnerd als ‘de minister van de 130’; hoe wilt u herinnerd worden?” En toen zei ze: “als de minister die de negatieve trend van het groeiende aantal verkeersslachtoffers breekt.” Dat is heel goed.’

Proactief aanpakken
Het derde punt dat Van der Knaap wil noemen is dit: steeds meer gemeentes en provincies werken proactief aan verkeersveiligheid. Met andere woorden: ze wachten niet tot het misgaat, maar kijken vooraf waar de risico’s zitten en pakken die aan. Dan gaat het om wegen van slechte kwaliteit, die onoverzichtelijk zijn of die gevaarlijk gedrag ‘uitlokken’. ’Ik denk dat proactief aanpakken van risico’s een ontzettend goeie ontwikkeling is geweest.’

Maar hoe mooi ook, het is te weinig, stelt Van der Knaap. Op 7 september 2016 hield hij een lezing tijdens het derde Bestuursdiner Verkeersveiligheid, een officieel samenzijn van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de wetenschap, maatschappelijke organisaties en het binnenlands bestuur, georganiseerd door de ANWB. Hier schetste hij een zestal grote uitdagingen: straten en wegen moeten veiliger, er moet meer geld komen voor verkeersveiligheid, senioren moeten meer aandacht krijgen, voor de drukte op het fietspad moet een oplossing komen, onveilig gedrag moet aangepakt worden en verkeershandhaving moet opgeschroefd worden.

Handhaving verbeterd
‘Als ik heel eerlijk ben, is sindsdien alleen handhaving substantieel verbeterd. Al die andere punten staan vooralsnog slechts op de agenda. Als je iets tot prioriteit benoemd, is het nog niet meteen opgelost. Meer geld zie ik ook nog niet. Een inhaalprogramma om fietspaden veiliger te maken zie ik nog niet. Onveilig gedrag aanpakken – ik zie nog geen trendbreuk. Kijk, ik ben heel blij dat het op de agenda staat, maar stap twee is het ook echt gaan doen.’

Al met al zegt hij: er is een nieuwe impuls nodig. Dat betekent op de eerste plaats: de overheid moet afmaken wat het begonnen is. ‘Al in de jaren ’90 is als doel geformuleerd dat er vrijliggende fietspaden moeten komen langs 50 kilometer-wegen. Maar nog meer dan 40 procent van die wegen heeft dat nog niet. Auto’s en vrachtwagens razen daar met 50 kilometer per uur of harder vlak langs vaders, moeders en hun jonge kinderen. Dat moet echt veranderen.’

30 kilometer-zones
Van der Knaap geeft nog een voorbeeld: 30 kilometer-zones moeten eindelijk veiliger worden. ‘Gemiddeld 6 procent van de verkeersdoden valt in 30 kilometer-zones; dat zijn zo’n 30, 40 doden per jaar. Dat komt doordat mensen er te hard rijden. Terwijl die zones juist bedacht zijn om dodelijke slachtoffers te voorkomen. Hier moet ook echt werk van gemaakt worden.’

Ten tweede is een nieuwe impuls nodig in de aandacht voor kwetsbare weggebruikers, stelt hij. Hij wijst onder andere op ouderen, op bestuurders van scootmobielen, op voetgangers en op fietsers. Op die fietsers zoomt hij nog even extra in. Fietsen is gezond en is vaak een goed alternatief voor de auto, zegt hij, maar hij signaleert wel een probleem: fietsers zijn kwetsbaar en soms ontbreken goede voorzieningen. Fietspaden zijn ook erg vol: er fietsen steeds meer mensen en er komen steeds meer soorten tweewielers bij op de fietspaden. Hier moet een oplossing voor komen, vindt hij.

Systeemaanpak
Ook de ‘systematische benadering’ verdient nieuwe aandacht, benadrukt hij. Hij bedoelt daarmee: verkeersveiligheid is de verantwoordelijkheid van iedereen – verkeersdeelnemers, maar ook wegbeheerders, verkeersveiligheidsorganisaties, fabrikanten, werkgevers en niet op de laatste plaats de overheid. Iedereen moet zich inspannen om het aantal doden en gewonden in het verkeer te laten dalen, vindt hij. Want alleen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, kunnen stappen gezet worden.

SWOV spant zich hier hard voor in, benadrukt Van der Knaap. Onder andere met een nieuwe versie van het de systeemaanpak Duurzaam Veilig Wegverkeer, de derde alweer. Hierin staan duidelijke doelen geformuleerd – veelal punten die hij hierboven noemde -, aangevuld met wie waar voor verantwoordelijk is. ‘Het ligt nu bij onze stakeholders’, zegt Van der Knaap. ‘We verwachten het dit voorjaar publiceren.’

Drie onderzoeksterreinen
We kunnen nog meer publicaties verwachten, verklapt hij. Drie onderzoeksterreinen staan centraal deze jaren en daarbinnen verschijnen verschillende onderzoeken. Stedelijk verkeer is er een van, maar ook de uitdagingen waar ouderen in het verkeer voor gesteld staan en zelfrijdende auto’s en slimme technieken in auto’s – kortweg ITS – zijn belangrijk. De insteek is steeds: hoe kan verkeersveiligheid verbeterd worden: ‘Ongevallen voorkomen, letsel beperken en levens redden – dat is waarvoor we ons onderzoek doen.’

Bron: Verkeersnet